De Swollenaer

Zondag, 31 mei 2020

Dagelijks online en voorlopig in de oneven weken op je deurmat! Wel wekelijks als E paper in je mail? Meld je dan GRATIS aan!

Tijd nog niet rijp voor verregaande samenwerking gymnastiekverenigingen

Tijd nog niet rijp voor verregaande samenwerking gymnastiekverenigingen
Voorzitter Jaap Schotkamp van Hercules, dé jazzdansvereniging van Zwolle.
Foto: Pedro Sluiter
Redactie: Mark de Rooij

(door Mark de Rooij)

ZWOLLE – Met de bouw van de grote, multifunctionele sporthal naast het PEC Zwolle stadion komt er eindelijk een grote turnhal, waar de gymnastiekverenigingen in terecht kunnen. Maar zien die clubs zo'n verhuizing eigenlijk wel zitten? Over twee weken in De Swollenaer een interview met Kwiek en Lenig-voorzitter Ad Gerretzen. Deze week voorzitter Jaap Schotkamp van Hercules, dat als dé jazzdansvereniging van Zwolle niet zo veel heeft aan een turnhal.

“Het is natuurlijk voor de Zwolse turnsport een mooi initiatief, maar wij hebben er minder interesse in omdat onze grootste afdeling, de jazzdans, er niet zo veel toegevoegde waarde in ziet”, zegt Schotkamp in gesprek met De Swollenaer. “Verder zijn onze gymnasten en turners voor het grootste deel zeer jong waardoor ze een sportgelegenheid op korte afstand in hun eigen wijk fijner vinden. Bovendien draait Hercules op alle fronten goed, waardoor de noodzaak er minder is.”

Hij treedt dit jaar af als voorzitter van de plusminus zeshonderd leden tellende, financieel gezonde en enthousiaste vereniging, die furore maakt op landelijke jazzdanskampioenschappen. Die afdeling beslaat dan ook meer dan vijftig procent van het ledenbestand. “Van die zeshonderd zitten er zo'n 350 op jazzdans”, weet Schotkamp, wiens dochter ook een fanatieke beoefenaar is van de sport. Een sport waar niet veel meer voor nodig is, aan de materiële kant althans, dan een voldoende grote vloer, spiegels en een goede geluidsinstallatie. En daarin zit nu juist de crux. Aan paarden, bruggen met gelijke liggers en ringen, heeft Hercules met circa 130 gymnasten veel minder behoefte dan bijvoorbeeld Kwiek en Lenig, dat juist een grote turnafdeling heeft. Die vereniging is wel van zins om de overstap te maken, al plaatst het daarbij nog kanttekeningen. Daarover volgende week meer.

“Naast de huur van gymzalen, huren wij steeds vaker de Calohal in Windesheim af en het Landstede Sportcentrum. Daar hebben we erg goede ervaringen mee”, zegt Schotkamp. De huidige situatie, waarin de leden van de vijf Zwolse verenigingen (Hercules, K en L, Sparta, Avanti en Sportacrobatiek Zwolle) in nabij gelegen gymzalen springen en vliegen, heeft voor- en nadelen. Voor de vele jonge leden en hun ouders is een gymzaaltje in de buurt ideaal, maar het ontbreken van een vaste locatie betekent ook een vereniging zonder exploitatiemogelijkheden (kantine) en zonder gezicht, wat het aantrekken van sponsoren bemoeilijkt. Wat dat aangaat wordt wel eens jaloers gekeken naar voetbalclubs, die ieder weekeinde elf reclamezuilen de wei insturen op een sportpark waar toeschouwers een kaartje kopen en waar na afloop de kas wordt gespekt door bier drinkende derde elftallen.

'Sponsoren moeilijk te vinden'

“We willen ook graag een eigen onderkomen”, verduidelijkt Schotkamp. “Een vaste plek om te trainen en om een prijzenkast neer te zetten en om Hercules nog gezelliger te maken. Het spaarpotje dat ooit gemaakt is voor een verhuizing, is veel te klein om op eigen houtje iets te beginnen.” Dat komt volgens Schotkamp deels door de relatief hoge vaste kosten zoals de zaalhuur en omdat de club eigenlijk geen verdienmodel heeft. “Geen kantine, sponsoren zijn moeilijk te vinden. Wij moeten het dan halen uit een hogere contributie.”

'Waarom niet alles herverdelen?'

Als het aan hem lag zouden alle jazzdansers van Zwolle bij Hercules terecht komen. “Waarom niet alles herverdelen? Jazzdans, gym, turnen. Ik had er wel oren naar om als de jazzdansvereniging van Zwolle door te gaan. De turners zouden dan terecht kunnen bij verenigingen met grote turnafdelingen, zoals Sparta of Kwiek en Lenig.”

Schotkamp, die dit jaar de voorzittershamer overdraagt aan Eddy Bakker, kwam drie jaren geleden aan het roer en wilde wel meewerken aan het initiatief van Sportservice Zwolle om het Zwolse dans- en gymnastieklandschap te hervormen. “Ik heb besprekingen met de KNGU gehad en met de andere verenigingen in Zwolle. Er wordt ook regelmatig een overleg georganiseerd door Ad Gerretzen van Kwiek en Lenig, het Zwolse Turn- en Gymoverleg. De wens was om te komen tot één grote gym- en turnvereniging en één grote jazzdansvereniging in Zwolle. Maar dat viel nog niet mee. Dat voorstel kreeg toen nog geen brede steun.”

Oude cultuur

Waarom dat samenwerken nog niet zo van de grond komt, ligt volgens Schotkamp deels besloten in de levensloop van de verschillende clubs. “We zijn ooit ontstaan uit een christelijke, gereformeerde of openbare hoek. Dat is tegenwoordig minder aan de orde, maar die oude cultuur en eigenheid zit er vaak nog wel in. Sommige verenigingen zijn ook sterk aan een wijk gebonden. En er zijn financiële verschillen. Dat is gewoon allemaal een feit, maar over tien jaar is dat misschien weer anders. Mogelijk ook noodgedwongen door bijvoorbeeld een terugval in leden. Maar het was nu nog te vroeg. De verschillen waren te groot.”