De Swollenaer

Vrijdag, 10 juli 2020

Dagelijks online en voorlopig in de oneven weken op je deurmat! Wel wekelijks als E paper in je mail? Meld je dan GRATIS aan!

'Stoppen was deels een bevrijding; nu ben ik weer de olympisch kampioen'

'Stoppen was deels een bevrijding; nu ben ik weer de olympisch kampioen'
Michel Mulder woont sinds een jaar weer in Zwolle.
Foto: Pedro Sluiter
Redactie: Mark de Rooij

(door Mark de Rooij)

SCHAATSEN

Na jaren te hebben geprobeerd om de glorietijden van 2012-2015 te laten herleven zette Michel Mulder na een opnieuw mislukte poging zich te plaatsen voor de grote toernooien deze winter een punt achter zijn schaatsloopbaan. “Stoppen was deels ook een bevrijding, niet meer hoeven uit te leggen waarom het de laatste jaren niet meer lukte. Ik ben nu weer de olympisch kampioen, de enige Nederlander die ooit de 500 meter heeft gewonnen. En dat voelt toch een stuk lekkerder dan de schlemiel zijn van de NK die zich weer niet plaatst voor de WK.”

Eigenlijk zou Mulder in april op vakantie naar Australië met vrienden en inmiddels ex-concullega`s Thomas Krol en Kai Verbij, maar door de coronamaatregelen is die reis voor onbepaalde tijd uitgesteld en mogelijk zelfs afgesteld. “Het zou kunnen dat die jongens die reis in dat voor-olympische jaar niet willen maken. Ik wacht even rustig af, maar normaal gesproken gaan we volgend jaar.”

Het is een andere wereld waar Mulder inmiddels in leeft, die van gepensioneerd profsporter. Geen afmattende trainingssessies meer in voorbereiding op het nieuwe seizoen, maar gewoon op de fiets springen of de hardloopschoenen aantrekken wanneer hij daar zin in heeft. In zijn ‘prachtige appartement’ in het centrum van Zwolle, waar hij sinds een jaar weer woont, komt Mulder de coronatijd bovendien goed door. “Ik ben hartstikke verwend. Ik denk dat het een stuk lastiger is als je met meerdere mensen in een wat kleiner huis woont. Ik heb niks te klagen. Ik heb altijd al wel teruggewild en zeker nu ik geen schaatser meer ben, is het fijn om weer in Zwolle te zijn”, zegt Mulder, die op het moment van die verhuizing -hij woonde in Heerenveen nabij Thialf- echter niet wist dat het zijn laatste jaar ging worden.

“Ik had best wel een goede zomer gedraaid, ik was hartstikke fit, dus ik had niet zoiets van ‘dit is het laatste jaar’. De kans dat het mijn laatste jaar ging worden zat al wel in mijn hoofd, maar ik had altijd zoiets van ‘zolang ik er lol aan beleef ga ik nog door’. Maar ik wist wel dat ik niet nog acht jaar door zou gaan. Ik ben ook 34 natuurlijk.”
Terugkijkend op zijn laatste seizoen zegt Mulder dat hij vrij snel doorhad dat hij de heraansluiting bij de Nederlandse top, laat staan de internationale, niet gerealiseerd had. “Dat begint te knagen en de NK afstanden (eind 2019, MdR) was dan de spreekwoordelijke druppel van ‘hier wil ik het niet meer voor doen’. Ik wil voor het maximale gaan en als dat niet haalbaar is, heeft het voor mij geen zin meer.”

* * *

Over een leven na het schaatsen heeft Mulder inmiddels ruimschoots de tijd gehad om na te denken en het is kraakhelder dat die toekomst op en naast de ijsbaan gaat zijn. Hij is al begonnen met de trainerscursus, waarin hij als oud-docent en olympisch kampioen een aantal stappen mag overslaan. “Het gaat tot en met vijf. Ik mag instromen in vier omdat ik al leservaring heb en ik olympisch kampioen ben geworden. Met vier mag je al op het ijs staan bij alle wedstrijden. 5 is dan een soort Masteropleiding die daar nog boven zit. Ik hoop 4 aan het begin van het komende schaatsseizoen klaar te hebben. 5 hoeft dus niet om het ijs op te mogen, maar die wil ik wel doen om zoveel mogelijk te leren.”

Tijd om terug te kijken is er ook, al heeft Mulder geen wedstrijdbeelden nodig om herinnerd te worden aan de mooiste dag in zijn sportleven. 10 februari 2014, de dag waarop hij 12 duizendste van een seconde sneller was dan Jan Smeekens en de eerste Nederlandse winnaar werd van olympisch goud op de 500 meter. Later pakte hij ook nog brons op de 1000 meter. “Ik heb de medailles gewoon thuis liggen, dus in dat opzicht wordt ik er vaak aan herinnerd.” Trots en dankbaarheid daarvoor voelt hij elke dag. “Die olympische titel heb je, je bent de enige Nederlander die een 500 meter heeft gewonnen. Dat schiet dagelijks wel een keer door je hoofd. Je wilt natuurlijk ook verder en nieuwe uitdagingen aangaan, maar dat neemt niet weg dat ik er nog heel erg van kan genieten.”

Het is niet alleen die olympische titel waardoor Mulder de boeken ingaat als een van de grootheden in de Nederlandse schaatsgeschiedenis. Aan de manier waarop Mulder zich tussen 2012 en 2015 manifesteerde als primus inter pares onder de sprinters kunnen de prestaties van maar weinig landgenoten tippen. Het begon (in 2012) en eindigde (in 2015) met zilver op de WK afstanden en daar tussendoor won Mulder twee keer de wereldtitel sprint, olympisch goud, brons, reed hij in Salt Lake City een wereldrecord puntenaantal op de sprintvierkamp en in Heerenveen een wereldrecord laaglandbanen op de 500 meter.

* * *

Jij verstond de kunst van het pieken op het juiste moment. Hoe heeft die kwaliteit zich ontwikkeld en was je je daar bewust van?
“Dat zit er denk ik toch gewoon een beetje in. Vroeger was Ronald vaak wat beter. Er werd ook gezegd dat Ron de killer was en hij won ook vaker. Hij was natuurlijk al naar Vancouver geweest (Olympische Spelen 2010, MdR) en die tijd ‘bracht’ hij het eigenlijk altijd op een NK, en ik nog vaak niet. Totdat ik op een gegeven moment zelf goed genoeg was. Daar ben ik eigenlijk wel het meest trots op: dat ik in die jaren dat ik echt goed was, geen steekje heb laten vallen. Mijn slechtste resultaat op een WK is een vierde plek. Daar ben ik ontzettend trots op. Ik wist altijd, ondanks alle spanningen en zenuwen, het maximale eruit te halen.

Ik kon de spanning die ik had positief gebruiken op de ijsbaan. Dat is een kwaliteit die ik heb en dat is een belangrijke kwaliteit als topsporter. Ik ben ook kapot gegaan van de zenuwen en daarin kan iedere topsporter zich herkennen. Maar hoe gaat je daar mee om aan de startlijn? Beïnvloed je dat negatief? Mij heeft dat eigenlijk altijd tot grote hoogten gebracht. Ik had het nodig zelfs. Dat is wel lekker om van jezelf te weten en daar ga je dan ook deels in geloven. Zo van ‘iedereen is gespannen maar ik kan daar het beste mee omgaan.’”

Maar hoe kom je in zo'n staat als je gierend van de zenuwen naar een belangrijke wedstrijd toeleeft?
“Mijn trucje was ‘als ik aan de startlijn sta denk ik nog maar aan twee dingen’. Voor de rest probeerde ik alles te vergeten. Dat lukte nooit, maar dan ging ik weer terug naar bepaalde dingen. Focussen op je techniek of je heel erg richten op het startschot. Dat klinkt heel kinderachtig, simpel, maar zo ging dat. Je moet het ook niet spannender maken dan dat het is. Ook op de Spelen is het slechts twee keer links om en dan ben je er.”

Voor jouw eerste medaille op de WK afstanden in 2012 werd gedacht dat je niet goed met de druk kon omgaan.
“Je moet ook oppassen met dat soort gedachtes. Van Kjeld Nuis werd ook lang gezegd dat hij niet kon presteren onder druk, maar inmiddels heeft hij ruimschoots het tegendeel bewezen.

Als je fysiek goed genoeg bent, dan groei je daarnaar toe. Op een gegeven moment was Kjeld gewoon zo goed, dat hij het dat kon. Ik denk dat ik hetzelfde had. Daarvoor was ik misschien nog niet zo goed en liet ik wel eens steken vallen. Toen was ik gewoon nog niet goed genoeg, nog niet sterk genoeg en was Ronald daar verder in. Ik was topfavoriet op die 500 meter en ik ben heel blij dat ik met die druk om heb kunnen gaan.”

Gaat winnen wennen?
“Winnen wordt nooit gewoon. Er is niks zo lekker als winnen, en als dat niet meer lukt is het lastig. Als je weet hoe het is om olympisch kampioen te worden en je doet daarna mee om de zesde plek op een WK. Dat is wel even een omschakeling.”

Je hebt eerder gezegd dat je na het winnen van die gouden medaille een baan erbij had gekregen. Heeft dat negatieve gevolgen gehad voor jouw prestaties?
“Ik denk het wel. Feit is dat er bij meer aandacht en een beter contract meer verantwoordelijkheid komt kijken. En dan is de vraag ‘doe je het nog echt voor jezelf?’ want dat is wel wat ik sowieso deed in het begin. Dat is dan de vraag. Al die randzaken maken het er niet echt leuker op voor mij, maar ja het hoort er wel bij. Maar eerlijk gezegd heb ik geen idee of het echt van invloed is geweest. Het zou kunnen.

Het is ook de druk die je jezelf oplegt. Dat je elke wedstrijd wilt laten zien dat je de beste bent. En de druk van de buitenwereld. Als je in Thialf het ijs opstapt gaan die mensen net even wat meer los bij de olympisch kampioen. Iedereen kent je, iedereen verwacht iets van je, je wordt elke keer aangekondigd als de olympisch kampioen. En ik zou dat natuurlijk niet willen inruilen, maar het bracht wel elke keer wat extra spanning mee.”

Waarom het de laatste seizoenen niet lukte als het erom ging.
“De waardes wezen uit dat ik fysiek nog goed was, die liegen niet. Technisch was het ietsje minder en misschien mentaal toch ook wel sinds ik olympisch kampioen was. Maar of dat dan precies de reden is? Ik had het hoogt haalbare bereikt. Dat zou kunnen betekenen dat de diepste wens, het heilige vuur, verdwenen was. Maar of dat nou echt de reden is, dat het minder ging, vind ik lastig om te zeggen.

Het is nu ook niet erg meer. Dat is het voordeel van stoppen: dan hoef je je daar ook niet meer druk om te maken. Ik ben nu weer de olympisch kampioen, de enige Nederlander die ooit de 500 meter heeft gewonnen. En dat voelt toch een stuk lekkerder als de schlemiel zijn van de NK die zich weer niet plaatst voor de WK.”